
Wet militair tuchtrecht
Artikel 50
1
De bevoegdheid om, hetzij de tenuitvoerlegging van een straf van een geldboete hoger dan 35, dan wel ANG 75 onderscheidenlijk AWG 75, van strafdienst of van uitgaansverbod op te schorten of te schorsen, hetzij, na verloop van de termijn bedoeld in artikel 80a, eerste lid, en buiten het geval dat tegen de uitspraak beklag is gedaan, een strafoplegging teniet te doen, te wijzigen in de straf van berisping, binnen de opgelegde strafsoort de strafmaat te verminderen of te wijzigen in een beslissing als bedoeld in artikel 74, derde lid, komt toe aan:
a
de commandant;
b
de beklagmeerdere.
2
Bij tenietdoening of vermindering van de straf dan wel wijziging in de straf van berisping of in een beslissing als bedoeld in artikel 74, derde lid, is artikel 98 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor gerecht wordt gelezen degene die vermindert, teniet doet, wijzigt of beslist geen straf op te leggen.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.